Iedereen kan wiskunde

Ik heb er gewoon geen aanleg voor’. Dat gevoel krijgen kinderen en pubers al gauw als ze een slecht cijfer krijgen voor rekenen of wiskunde. Toch is het niet alleen een kwestie van aanleg. Bovendien kan die aanleg in de loop van je schooltijd verder ontwikkelen. Bij Huiswerkbegeleiding Exact geloven we dat ieder kind het kan leren. Het zal niet altijd vanzelf gaan, maar rekenen en wiskunde is te leren. Bijles rekenen of bijles wiskunde kunnen daarbij enorm helpen.

Bijles wiskunde en rekenen

Rekenen en wiskunde zijn heel abstracte vakken. Het is voor kinderen vaak moeilijk om de cijfertjes en rare tekentjes bij rekenen te vertalen naar iets wat je in de praktijk tegenkomt. En dat probleem blijft. Hoe moeilijker de wiskunde wordt, hoe abstracter het wordt. Maar gelukkig geldt ook: hoe ouder een kind wordt, hoe beter de hersenen zijn in abstract denken. En daar zit dan ook het probleem: niet iedereen ontwikkelt dat op hetzelfde moment. Abstract denken is één van de zaken die in de puberteit in de hersenen rijpen. Bij de één al rond het twaalfde jaar, bij de ander pas rond het achttiende jaar. Soms lijkt het dan net of er een knop omgaat. Opeens is wiskunde niet moeilijk meer. Opeens zijn natuurkundeformules wél logisch.

Vertalen naar je eigen niveau

Daar ligt dan ook direct de kern van het probleem: het rekenonderwijs en wiskundeonderwijs sluit aan bij de gemiddelde ontwikkeling van een kind. Maar die ontwikkeling is niet bij iedereen gelijk. Bovendien kan een kind door ziekte, tijdelijke luiheid of andere oorzaken een achterstand hebben met rekenen of wiskunde. En dan worden al die cijfers en rare tekens al gauw een nachtmerrie: wiskundeangst noemen we dat. Maar daar is wat aan te doen. Bij bijles wiskunde en bijles rekenen vertalen we de moeilijke abstracte problemen naar situaties die een kind wel snapt. We vertalen de abstracte problemen naar iets wat wel begrijpelijk is. En als dat echt te hoog gegrepen is? Dan leren we een kind trucjes, zodat de sommen opeens haalbare problemen worden.

Zelfvertrouwen

Als een kind op die manier geholpen wordt met rekenen of wiskunde, kan de angst afnemen en het zelfvertrouwen toenemen. Als het gevoel ‘ik kan het toch niet,’ omslaat naar: ‘ik kan dit wel, als ik er maar voor werk’, dan neemt de motivatie toe. Dat is meestal het begin van de ommekeer. We maken dan ook vaak mee dat een kind na verloop van tijd geen bijles wiskunde meer nodig heeft. Het gevoel ‘ik kan het zelf wel’ maakt dat een kind controle voelt. En motivatie om te laten zien dat het het inderdaad kan.